Gemeentelijke kredietbanken hanteren torenhoge tarieven voor leningen die zijn bedoeld voor mensen met financiële problemen. In 132 Nederlandse gemeenten moeten mensen rentes tussen de 12 en 14 procent betalen. Dit blijkt uit onderzoek van het televisieprogramma Kassa van 16 december jl.

Naar aanleiding van deze uitzending heeft de SGP vragen gesteld aan het Vlissingse college. Daarbij vraagt zij zich af  hoe hoog het rentetarief is voor een lening bij de gemeentelijke kredietbank.

Over het algemeen kunnen mensen een sociaal krediet krijgen als ze minder dan 130 procent van het minimuminkomen verdienen, een negatieve BKR-registratie hebben of 65 jaar of ouder zijn. Deze mensen worden bij een gewone bank geweigerd. De SGP vindt dat hoge rentetarieven ervoor zorgen dat deze kwetsbare doelgroep fors moet betalen voor een lening die nodig kan zijn voor het betalen van zorgkosten, het vervangen van een kapotte koelkast of het aflossen van schulden. Zij zijn van mening dat rentetarieven van de gemeentelijke kredietbank daarom marktconform moeten zijn.

 

De partij zou graag zien dat de rentetarieven van de kredietbank laag worden gehouden, aangezien de hypotheekrente en de rente die gemeenten moeten betalen om geld te lenen ook heel laag zijn.

De SGP vindt het niet te rechtvaardigen en uit te leggen dat juist die mensen, die geen lening kunnen krijgen bij een reguliere bank en afhankelijk zijn van een krediet bij de kredietbank van de gemeente, geconfronteerd worden met een hogere rente op hun lening, in tegenstelling tot mensen die wel geld bij de commerciële bank kunnen lenen en de gemeenten die tegen een heel laag tarief geld kunnen lenen.